Nieuws

Nieuws van GGZ Nederland

Uit een inventarisatie bij een brede kring experts uit het veld blijkt dat de continuïteit van zorg een van de belangrijkste knelpunten in de huidige zorg aan suïcidale patiënten. Door het ontbreken van sluitende afspraken in de keten krijgen suïcidale patiënten niet altijd de juiste (na)zorg. De transfermomenten tussen en binnen zorgorganisaties zijn daarom risicovolle momenten. Daarnaast blijkt dat (onrealistische) verwachtingen over ieders taken en verantwoordelijkheden een belangrijk knelpunt zijn. Praktijkvoorbeelden laten zien dat een heldere afbakening van taken en verantwoordelijkheden en duidelijke afspraken over bereikbaarheid, overdracht en terugkoppeling, belangrijke voorwaarden zijn voor een goede samenwerking in de keten.

Op lokaal niveau zijn met name vier partijen verantwoordelijk voor mensen die suïcide plegen of overwegen te plegen: 1. de huisarts, 2. de spoedeisende hulp (SEH), 3. de acute en consultatieve psychiatrie en 4. de reguliere GGZ. Er zijn niet altijd goede afspraken tussen deze partijen onderling over wie wanneer verantwoordelijk is voor mensen met suïcidaal gedrag.

Het ‘Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij Suïcidaliteit” ondersteunt huisartsen, artsen op de SEH en de acute en consultatieve psychiatrie en de reguliere GGZ bij het maken van afspraken over wie doet wat en wanneer, bij het signaleren, toeleiden, inschatten, verwijzen, beoordelen en behandelen van patiënten met suïcidaal gedrag. Met deze set van afspraken weten alle partijen waar hun verantwoordelijkheden beginnen èn eindigen, en wat zij van elkaar mogen verwachten.

Richtlijn versus Kwaliteitsdocument Suïcidaliteit

Naast het Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij Suïcidaliteit wordt momenteel gewerkt aan een Multidisciplinaire Richtlijn Beoordeling en behandeling van patiënten met suïcidaal gedrag. Deze richtlijn is naar verwachting eind 2010 gereed en gaat in op de vraag wat de beste professionele zorg is. In de richtlijn ligt het accent op de inhoud van de zorg, in het Kwaliteitsdocument ligt het accent op de organisatie van de zorg. De multidisciplinaire richtlijn en dit kwaliteitsdocument vormen samen een tweeluik voor kwalitatief goede zorg.

Het Kwaliteitsdocument wordt onderschreven door verschillende beroepsverenigingen en brancheorganisaties: GGZ Nederland, NFU, NFZP, NIP, NVSHA, NVSHV, NVvP, V&VN. Met het onderschrijven van dit document geven deze organisaties/verenigingen aan dat zij zich in zullen zetten dat hun achterban de aanbevelingen uit het document gaan invoeren.

Folder ‘Als het leven ondraaglijk lijkt’

Lijkt zelfdoding de enige uitweg uit je problemen? Neem dan iemand in vertrouwen en praat erover. En zoek professionele hulp. Kort gezegd is dat de boodschap van de nieuwe patiëntenfolder, die op dit moment wordt verspreid onder spoedeisende hulpartsen, huisartsen en ggz-instellingen.

De folder is bedoeld voor patiënten (en hun familie/naastbetrokkenen) die na een suicidepoging bij de huisartspost of op de Spoedeisende Eerste Hulp komen. Het is bekend dat na een periode van een aantal weken de kans op terugval en een hernieuwde suicidepoging groot is. Door via een folder informatie te vertrekken waar en hoe hulp te zoeken, kan mogelijk worden voorkomen dat iemand opnieuw een poging doet.

Exemplaren van de folder zijn per mail te bestellen bij GGZ Nederland [email protected]

Bekijk de folder hier

kwaliteitsdocument Ketenzorg bij suïcidaliteit

Bij suïcidale mensen is continuïteit van zorg cruciaal. Dit blijkt niet in alle regio’s goed geregeld.

Het “Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij suïcidaliteit” is een praktische document om afspraken te maken tussen spoedeisende hulp, huisartsen, acute en consultatieve psychiatrie om de zorg voor suïcidale mensen te verbeteren.

De NVSHV staat volledig achter de inhoud van dit document. Daarom verzoeken wij ook onze leden deze handreiking te implementeren.

Bekijk de folder hier

U kunt hier een uitgebreider document lezen over de ketenzorg bij suïcidaliteit.

Melding kindermishandeling gaat beter

Het aantal meldingen vanuit ziekenhuizen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling steeg van 500 in 2007 naar 1300 in 2009. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben de ziekenhuizen in de afgelopen jaren een grote inspanning geleverd om de kwaltiteit van de signalering van de kindermishandeling op de SEH te verbeteren. Volgens de Inspectie voldoen vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen nu aan de norm.

Lees hier verder op de site van de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Hieronder een fragment uit het NOS Journaal over de melding van kindermishandeling.

 

Eigen bijdrage spoedzorg schrikt af

Onderzoekers van het NIVEL(Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg)stellen dat de toeloop bij de SpoedEisende Hulp (SEH) zal afnemen als onterechte bezoekers daarvoor moeten betalen. Het gebruik van spoedzorg zal de komende jaren, bij ongewijzigd beleid, de komende jaren met 6.8% stijgen. Eén van de mogelijkheden om dit voorkomen is om het aantal zogenoemde ‘onterechte zelfverwijders’ te verminderen door hen te laten betalen voor hun bezoek aan de SEH. Uit het onderzoek blijkt dat hoe meer mensen moeten gaan betalen, des te minder ze naar de SEH zullen gaan.

De NVSHV denkt dat een eigen bijdrage voor spoedzorg niet gaat werken: Wie bepaalt achteraf of een bezoek terecht was of niet? Spoedzorg moet voor iedereen toegankelijk blijven. Een systeem dat uitstel en/of afstel bevordert kan op termijn veel duurder uitpakken. Triage ‘aan de poort’ is een oplossing, maar ook valt te denken aan een vast tarief voor basiszorg.
Effectieve inzet van verpleegkundigen (bijvoorbeeld nurse practitioners) op een SEH/spoedpost zou ook kostenreducerend werken: niet iedereen hoeft door een arts gezien te worden.

Bekijk hier het onderzoeksrapport van NIVEL

Meedenken over ontwikkeling ketenbrede landelijke protocollen spoedzorg ?

Voor het project Ketenbrede Landelijke Protocollen Spoedzorg (KLPS-project) zijn wij op zoek naar een SEH-verpleegkundige die zijn of haar expertise wil inzetten om ketenprotocollen te ontwikkelen.

Doel van het project

Doel van het KLPS-project is de ontwikkeling van drie ketenprotocollen spoedzorg doormiddel van een update van het Landelijk Protocol Spoedeisende Hulp (LPSEH) en het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA). Deze update is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De drie ketenprotocollen worden ontwikkeld voor ‘Vooraankondiging en Overdracht’, ‘Septische Shock’ en ‘Acuut Coronair Syndroom’. Het KLPS-project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Acute Intensieve Zorg, met ondersteuning van het Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging (LEVV).

Wie zijn er bij betrokken?

De conceptprotocollen worden inhoudelijk ontwikkeld door een expertgroep. Deze expertgroep wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse beroepsverenigingen uit het veld van de spoedzorg. Hierbij zijn zowel verenigingen uit de ambulancesector als uit de spoedeisende hulp sector vertegenwoordigd.

Wat zijn je werkzaamheden?

Jij neemt als afgevaardigde van de NVSHV plaats in de expertgroep. Tijdens de bijeenkomsten lever je een bijdrage een de inhoud van de drie protocollen door samenvattingen van literatuur te beoordelen en deze met andere experts te bediscussiëren. De bijeenkomsten duren 2 uur. Tevens heeft elke bijeenkomst een voorbereidingstijd van 2 uur.

Vergoeding

Je woont vijf expertbijeenkomsten bij in de periode augustus 2010 – november 2011. De bijeenkomsten worden georganiseerd op een centrale plek in Nederland, waarschijnlijk het LEVV in Utrecht. Voor de bijeenkomsten krijg je volledige reiskostenvergoeding. Tevens is er een bescheiden vacatiegeld beschikbaar.

Wij zoeken een gemotiveerde SEH-verpleegkundige die…

– lid is van de NVSHV;

– affiniteit heeft met onderzoek en protocollen;

– het leuk vindt om een voorloper te zijn in de ontwikkeling van ketenprotocollen;

– en kritisch kan kijken naar bestaande protocollen en nieuw, wetenschappelijk bewijs

Interesse? Meer informatie?

 Neem dan contact op met Remco Ebben – Onderzoeker KLPS-project

E: [email protected]

T: 024 353 07 17

I: www.laiz.nl

Verschenen: Leidraad kleine spoedeisende aandoeningen

Patiënten met laagcomplexe aandoeningen die zich melden op de afdeling Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis of bij een huisartsenpraktijk worden steeds vaker geholpen door verpleegkundig specialisten, die deze patiëntengroep zelfstandig, zonder tussenkomst van een arts, kunnen diagnosticeren en behandelen. Dit boek is geschreven om deze behandelaars te ondersteunen in de praktijk, op de werkplek.

Wat mag niet onderbreken in mijn anamnese bij deze aandoening? Wanneer moet ik een arts in consult vragen? Waar moet ik op letten bij deze klacht? De protocollen zijn een gemeenschappelijk product van de spoedeisende hulpartsen, nurse practitioners en semi-artsen werkzaam in Medisch Centrum Haaglanden te Den Haag onder redactie van Cindy Brussé, SEH arts en Christien van der Linden, klinisch epidemioloog en nurse practitoner. Zij brengen in dit boek voor een heel scala aan laagcomplexe aandoeningen adviezen samen, waardoor een eenduidige handelswijze binnen één team wordt gestimuleerd. Het boek is ingedeeld in hoofdstukken als dermatologie, gynaecologie, KNO, oogheelkunde, wonden en fracturen, wat het makkelijk maakt het juiste advies snel op te zoeken.

Leidraad kleine spoedeisende aandoeningen is verschenen bij uitgever Bohn Stafleu van Loghum.

Rapport Arbeidsmarktonderzoek SEH-verpleegkundigen aangeboden aan minister Klink.

Bij ongewijzigd beleid zal het tekort aan gekwalificeerde SEH-verpleegkundigen oplopen tot 500 in 2012; dit op een totaal van ruim 3000 formatieplaatsen in Nederland. De belangrijkste oorzaken van het oplopend tekort zijn gelegen in werkdruk, onvoldoende loopbaanperspectief en het structureel te weinig opleiden van SEH-verpleegkundigen. Deze ontwikkelingen vormen een ernstige bedreiging voor de kwaliteit en continuïteit in de spoedeisende medische hulpverlening die door de ziekenhuizen wordt geleverd.

Op 15 juni jl. is bovengenoemd rapport door het bestuur van de NVSHV besproken met minister Klink van VWS en is de noodzaak tot het nemen van maatregelen besproken. In overleg met de minister en zijn departement zullen de volgende maatregelen worden in uitgewerkt:

Om meer perspectief te bieden voor de SEH-verpleegkundige zullen initiatieven worden genomen om de competenties van de SEH-verpleegkundige ook inzetbaar te maken in de eerste lijn acute zorg. Met name daar waar de ontwikkeling van Spoedposten HAP/SEH zich voordoen ligt een aantrekkelijk perspectief voor de SEH-verpleegkundige. De NVSHV is van mening dat er meer ruimte dient te komen voor de (opleiding tot) verpleegkundig specialist/nurse practitioner op de SEH.

De NVSHV heeft voorgesteld om de het rapport Spoedeisende Hulp: vanuit een stevige basis(2009) genoemde opleidingen (SEH-opleiding, triage-opleiding, TNCC en ENPC) ter verkrijging van de gevraagde kwalificaties voor de SEH-verpleegkundige zullen worden opgenomen in het Opleidingsfonds. Hiermee ontstaat een situatie dat er geoormerkte opleidingsgelden beschikbaar zijn t.b.v. het kwalificeren van de SEH-verpleegkundige. Daarnaast wordt het op dat moment ook aantrekkelijker om bovenformatief op te leiden, hetgeen een bijdrage kan leveren aan de oplopende tekorten. Afgesproken is om hiertoe het overleg tussen VWS en de NVSHV op te starten en te werken aan de realisatie daarvan.

Naast genoemde punten heeft het bestuur van de NVSHV er bij de minister ook voor gepleit om de triagefunctie in de acute zorg nadrukkelijker dan nu de aandacht te geven. Triage wordt als een van de peilers in de acute zorg beschouwd, naast een goede toegang en een juiste behandeling. De triagefunctionaris dient, in de opvatting van de NVSHV, te beschikken over een ruime werkervaring in de acute zorg, ondersteund door de nodige opleidingen.

Tenslotte zal gekeken worden naar de mogelijkheid van het inzetten van militair verpleegkundigen op SEH-afdelingen, nu de missie in Afghanistan binnenkort afloopt.

Voor de NVSHV was het overleg met de minister een unieke gelegenheid haar beleidspunten onder de aandacht te brengen. Tijdens het gesprek bleek er een hoge mate van overeenkomst te zijn tussen de speerpunten NVSHV en het beleid acute zorg van VWS. Een vervolgoverleg voor verdere uitwerking is dan ook afgesproken.

Bij eventuele vragen kunt u contact opnemen met dhr. F. de Voeght MHA
[email protected] of 06 51403027 of drs. P. Jochems [email protected] of 06 21571891.

Inspectie voor de Volksgezondheid gaat toezicht houden op naleving kwalificatie-eisen SEH-verpleegkundigen

In het rapport “Spoedeisende Hulp: vanuit een stevige basis” wordt een aantal eisen, in termen van werkervaring en opleidingen&trainingen, benoemd die leiden tot een gekwalficeerde SEH-verpleegkundige. Deze kwalificaties zijn mede noodzakelijk om tot verantwoorde zorg op de afdeling SEH te komen. In het rapport wordt niet alleen ingegaan op de kwalificatie-eisen voor SEH-verpleegkundigen, maar bijv. ook op die van de artsen (voor het volledige rapport zie de website NVSHV).

Zowel de werkgevers, de beroepsgroep van SEH-verpleegkundigen (NVSHV), alsook de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Zorg (VWS) en de Inspectie voor de Volksgezondheid (IGZ) hebben het eerder genoemde rapport omarmd en daarmee een fundament gelegd onder het kwaliteitsbeleid intramurale Spoedeisende Hulp Verlening in Nederland. In zijn brief van 23 december 2009 benadrukt de minister het belang van het rapport en kondigde tevens aan de IGZ opdracht te geven toezicht te houden op de naleving van genoemde kwaliteitseisen.

Voor de NVSHV was dit aanleiding om met de IGZ van gedachten te wisselen over de vraag op welke wijze het toezicht op de kwaliteitseisen SEH-verpleegkundige wordt ingericht. Voor ziekenhuizen en professionals is het immers van het grootste belang te kunnen bepalen in welke tempo zij aan deze kwaliteitseisen moeten voldoen. In recentelijk overleg heeft de betreffende inspecteur IGZ het volgende aangegeven. Tot september 2010 zal de IGZ vooral reactief reageren; op basis van incidenten wordt achteraf gekeken of het betreffende ziekenhuis voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Na september 2010 gaat de IGZ hierin een meer proactieve houding aannemen. Concreet betekent dit, aldus de inspecteur, dat bij bezoek van de IGZ aan een SEH-afdeling vooral wordt nagegaan in welke mate het ziekenhuis/SEH-afdeling genoemde opleidingen&trainingen in het scholingsbeleid voor de SEH-verpleegkundige heeft opgenomen. In de scholingsplannen zullen de in het rapport genoemde opleidingen&trainingen dan ook concreet terug te vinden moeten zijn.

Voor de NVSHV geeft dit het vertrouwen dat enerzijds het toezicht op naleving kwaliteitseisen SEH-verpleegkundigen vanuit de IGZ daadwerkelijk wordt ingevuld, anderzijds dat het veld in de tijd gezien voldoende gelegenheid wordt geboden zich voor te bereiden op het realiseren van genoemde kwaliteitseisen SEH-verpleegkundigen. De NVSHV blijft de contacten met de IGZ op genoemde punten onderhouden.

Opleiding kortelijnsverpleegkundige

De Centrale Huisartsen Posten Zuidoost Brabant gaan als eerste in Nederland ervaren verpleegkundigen opleiden die buiten kantooruren laagcomplexe spoedeisende zorg over moeten kunnen nemen van de huisarts.

Na hun opleiding zijn zij de eerste zogeheten kortelijns-verpleegkundigen. Zij moeten de werkdruk voor huisartsen terugdringen. In september starten de eerste kortelijnsverpleegkundigen.

De seh-verpleegkundigen worden opgeleid door oud-huisartsen en opleiders. Ze lopen stage in diverse huisartsenposten. De klachten die zij zullen behandelen zijn KNO-klachten, huidaandoeningen, ouderenzorg en klachten aan het bewegingsapparaat.

 

Patient schenkt SEH CT-scanner

Een patient van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven heeft de SEH van het ziekenhuis een CT-scanner geschonken.

 

De scanner vertegenwoordigt een waarde van een miljoen euro en is exclusief bedoeld voor de spoedeisende hulp. Met de scanner kunnen mensen snel worden gediagnosticeerd en behandeld. Hierdoor kan vooral snel ingegrepen worden bij de behandeling van herseninfarcten.